April en juni 2022 ging ik het Nederlandse bos in met de Bosbeweging. Ik volgde in de Leuvenumse Bossen bij Ermelo de driedaagse cursus “Primitief overleven 1” en de zevendaagse cursus “Primitief overleven 2”.

Ik leerde ruim een jaar eerder de Bosbeweging kennen na het zien van een aflevering van “Floortje Blijft Thuis”, een serie van Floortje Dessing over mensen in Nederland die kiezen voor een leven waarin zelfredzaamheid, duurzaamheid en de natuur centraal staan.
Floortje interviewt in aflevering 3 “Op Adem Komen” Jurjen Annen, vroeger boswachter bij Natuurmonumenten en nu oprichter en instructeur bij de Bosbeweging. Jurjen’s verhaal raakte me, en deed me beseffen hoe weinig ik geleerd heb over het leven met de natuur en hoe afhankelijk ik ben van ons moderne comfort in en om het huis. Denk aan de warmte van onze mooie woning, de oneindige stroom aan schoon drinkwater uit de kraan, een Albert Heijn om de hoek om de koelkast bij te vullen als nodig, en de lucifers of aansteker waarmee ik mijn kaarsen aansteek. Zelfs als we met de tent of camper op pad gaan nemen we nog veel van dit comfort mee. Het zijn uiteraard allemaal fijne dingen waar ik ook ontzettend van geniet, maar ik stelde me na het zien van de aflevering zo voor dat als al dat comfort zou wegvallen, ik als gedomesticeerd mens geen idee heb waar te beginnen in de Nederlandse wildernis.
De paklijst voor de cursus is kort. Een tent of hangmat om in te slapen, kleren om je warm en droog te houden, goede schoenen voor in het bos, iets om aantekeningen in te maken, en een scherp mes. De rest wordt verzorgd door het team van de Bosbeweging en het bos zelf. Dankzij de meerijdlijst weet ik een lift te regelen naar het bos voor het eerste deel van de cursus. Na een rit van een uur is het vanaf de parkeerplaats nog een klein half uur lopen naar de Mierenkuil waar het kampvuur al brandt. De eerste mensen zitten al rond het vuur met instructeurs Tibbe en Michan. Het is een prachtige ingesloten plek in het bos waar ik de komende dagen onderdeel mag zijn van een stam en waar ik zal leven als jager-verzamelaar. Ik zet m’n tent op, en ga aan het vuur zitten. De plek voelt goed, ik land er snel.
We maken lange dagen waarin het programma zich gaandeweg ontvouwt. Ik wist dat de cursus zou gaan over het herkennen en gebruiken van eetbare planten, het bouwen van een onderkomen, het vinden van water en verkrijgen van vuur, maar er was vooraf geen programmaboekje met blokkenschema. Het tempo in het kamp ligt laag, er is volle aandacht voor alles wat we doen. We delen regelmatig rond het vuur wat er in ons leeft, we luisteren in aandacht naar elkaar, harten gaan open. Er is voldoende ruimte om te zakken en te verbinden met de andere Bosbewegers. Een korte “koekoek” galmt door het bos als het tijd is om te verzamelen voor het eten, een instructie of als we op pad gaan.
Daar in het bos maak ik voor het eerst in mijn leven vuur met materialen uit de natuur. Een magisch moment. Na wat pogingen lukt het om een klein gloeiend kooltje met mijn zelfgemaakte vuurboog te draaien. Het kooltje stop ik voorzichtig in een nestje met pluis van de lisdodde en droog riet. Ik blaas zacht, en het kooltje gaat gloeien. Er ontstaat een dikke rook. En dan, vuur!
We leren niet alleen primitieve vaardigheden, we vergroten ook ons waarnemend bewustzijn in de natuur. Muisstil verplaatsen we ons met bijna dertig mensen op blote voeten in een langzame vossenpas door het bos. We luisteren naar het bos in rust, voelen dat de lucht vochtiger wordt als we de beek naderen, merken het op als de vogels alarmeren, en we worden de dieren waarvan we de sporen volgen.

De tweede dag bouwen we dieper in het bos met de hele stam twee primitieve onderkomens waarin je warm en droog kan slapen. Het kost ons een hele ochtend om een A-frame onderkomen te bouwen, vooral het verzamelen van alle bladeren om het onderkomen waterdicht te maken - elleboog diep - kost veel tijd en energie.
Teruggekomen in het kamp loten we wie er die nacht in de onderkomens mogen slapen. Ik trok niet het winnende takje en sliep die nacht in mijn tent, veel te spannend ook joh zo in het bos slapen. Niet wetend wat me tijdens de tweede cursus in juni te wachten staat..
In juni is het dan zo ver, het tweede deel van de cursus. Dit keer is Jurjen er ook bij, samen met instructeurs Tibbe en Michan die ik ken van het eerste deel. Jurjen heet ons welkom, en vertelt ons dat we verder gaan waar we in april gebleven waren. In april kwamen we tot het rand van het bos, nu gaan we dieper het bos in.
Na de kennismaking aan het vuur zoeken we individueel een zitplek in het bos. Ik merk dat ik inderdaad dieper het bos in loop dan de vorige keer. Ik stem af op mijn intentie voor de week, hoor de vogels in rust, zie de zon langzaam verschuiven waardoor de lichtval in het bos verandert, en voel me wederom thuis. Als ik na een hele poos in de verte de “koekoek” hoor geef ik hem door en zoek ik mijn weg terug naar het kamp.
De paklijst was wederom kort, en als ik terugkom bij het vuur blijkt dat ik mijn tent prima thuis had kunnen laten. In koppels gaan we het bos in en bouwen we de rest van de dag ons primitieve onderkomen voor de week. Ik bouw samen met mijn partner een lean-to, een ruim onderkomen dat aan één kant open is. De rest van de week word ik wakker midden in het bos. Na het opstaan fris ik me op in de beek en als ik ’s ochtends als eerste bij de vuurplaats ben maak ik het opnieuw aan met mijn vuurboog. Want zonder vuur geen warme thee en koffie.
Alle primitieve vaardigheden die we in de week leren komen samen in wat we gaan maken, een eigen pijl. Ik zoek een goeie tak in het bos en leer hoe ik deze kaarsrecht kan maken. Ik sla vuursteen en maak mijn eigen pijlpunt. Om de punt vast te zetten op de schacht van de pijl gaan we het bos in met Jurjen voor het oogsten van hars uit naaldbomen om lijm te maken. We vinden grote hoeveelheden hars op schuurplekken van zwijnen en bomen die beschadigd zijn door het gewei van een hert. Om alles echt goed vast te zetten op onze pijl oogsten we de pezen uit de poot van een edelhert afkomstig van de wildslager.Van de huid maak ik, na deze te looien met tannine uit eikenbast, een tasje die ik in elkaar naai met pees.

De dagen vliegen voorbij als we alleen nog maar veren nodig hebben voor de staart van de pijl. Tibbe heeft bij dezelfde wildslager ganzen voor ons gehaald. We gooien uiteraard niks weg, dus na het oogsten van de veren voor onze pijlen maken we de ganzen schoon voor ons avondeten. Met de hele stam bouwen we een grondoven om zelf ons avondeten te bereiden. We verzamelen hout voor een groot vuur om stenen gloeiend heet te maken. We graven een groot gat en pakken de schoongemaakte ganzen goed in sparrentakken. Als de stenen heet genoeg zijn scheppen we ze het gat in, samen met nat gras en beukentakken leggen we de ganzen in onze oven die we vervolgens afdekken met schors en daarover zand. Na een paar uur stomen onder de grond zijn de ganzen gaar. Het wordt een heerlijk avondmaal.
Net zoals in april werken we ook aan ons waarnemend bewustzijn. We maken veel wandelingen door het bos in vossenpas, zowel overdag als ’s nachts. We leren alles over externe en interne camouflage, één worden met de natuur. Door middel van een spel ervaren we hoe we echt kunnen verdwijnen in het bos. In het duister van de nacht vind ik in vossenpas mijn weg naar een kampvuur een paar honderd meter verderop. Een uitdagende wandeling die we later in de week nog een keer geblinddoekt overdoen. Ditmaal is het een reis naar het geluid van een drum in de verte op uitsluitend gevoel en gehoor waarbij alles wat ik geleerd heb samenkomt. Ik loop in vossenpas, adem naar mijn buik, en ik merk dat ik de bomen al voel voordat ik ze kan aanraken.
Aan het einde van de week zoek ik mijn zitplek weer op in bos waar ik ook de eerste dag zat. Ik blader door mijn aantekeningen en kijk om me heen. Ik voel hoeveel ik geleerd heb in de tien dagen in het bos wetende dat het avontuur daar nog niet ophoudt voor mij. Over een week begin ik aan de jaaropleiding “Pad van de Mentor” bij de Bosbeweging. Onze eerste bijeenkomst is een zesdaagse in de Mierenkuil. Ik ben heel benieuwd wat er allemaal op mijn pad gaat komen dit jaar.

Dit zelf ook ervaren?
Informatie over de 10-daagse cursus Primitief Overleven vind je op de website van de Bosbeweging.